Meng voor de marinade de olijfolie met de fijngesneden ui, knoflook, tijm, laurier, basilicum, rozemarijn, zwarte peper en een beetje zout.
Wrijf de schapenbout rondom goed in met de marinade, dek af en laat minimaal 5 tot 6 uur in de koelkast marineren.
Haal het vlees ongeveer 30 minuten voor de bereiding uit de koelkast.
Verwarm de oven voor op 180 °C.
Schil de aardappelen, snijd ze in dunne plakken en spoel ze kort af. Dep ze daarna goed droog.
Verdeel de aardappelen over de bodem van een ruime braadpan en breng licht op smaak met zwarte peper en zout.
Leg de gemarineerde schapenbout op de aardappelen.
Verdeel de boter in kleine klontjes over het vlees en voeg een klein scheutje water toe, zodat de aardappelen niet droog komen te staan.
Zet de braadpan in de oven en braad het gerecht ongeveer 1 uur en 30 minuten. Schep de aardappelen tijdens het braden regelmatig om en voeg indien nodig een klein beetje warm water toe.
Steek tegen het einde van de bereiding enkele dunne reepjes knoflook in kleine inkepingen in het vlees.
Controleer of de schapenbout naar wens gaar is en haal hem uit de oven.
Leg het vlees op een warme schaal, dek losjes af en laat ongeveer 10 minuten rusten.
Schep de geroosterde aardappelen om met het braadvocht en serveer ze bij de in plakken gesneden schapenbout.