Doe het runderpoelet en soepbeen in een grote pan en voeg 1,5 liter koud water toe.
Breng het water onafgedekt op laag vuur langzaam tegen de kook aan.
Pel en snipper ondertussen de ui.
Maak de prei, 3 wortels en 1 stengel bleekselderij schoon en snijd ze in stukken.
Schep met een schuimspaan het schuim van de bouillon.
Voeg de ui, prei, 3 wortels, 1 stengel bleekselderij, peterselie, tijm, laurier, foelie en zwarte peperkorrels toe.
Laat de bouillon onafgedekt op zeer laag vuur ongeveer 4 uur trekken. Gebruik indien nodig een vlamverdeler en laat de bouillon niet krachtig koken.
Maak een schone theedoek vochtig, leg deze in een zeef en hang de zeef boven een andere pan.
Schenk de bouillon voorzichtig door de zeef.
Haal het gare soepvlees uit de achtergebleven ingrediënten, snijd het in kleinere stukjes en voeg het naar wens weer aan de gezeefde bouillon toe.
Breng de bouillon indien nodig op smaak met zout.
Maak de rode peper schoon en snijd hem in dunne ringetjes.
Maak de resterende 2 wortels en 2 stengels bleekselderij schoon en snijd ze in dunne plakjes.
Voeg de rode peper, geraspte limoenschil, het limoensap, de kokosmelk, wortel en bleekselderij aan de bouillon toe.
Verwarm de soep ongeveer 10 minuten op laag vuur tot de groenten beetgaar zijn.
Hak 1 takje koriander fijn en roer dit door de bouillon.
Verdeel de bouillon over 4 soepkommen.
Leg in iedere kom een pluk alfalfa en bestrooi met seroendeng en de blaadjes van het resterende takje koriander.