Verhit een deel van de boter in een ruime braadpan.
Bak de stukken kalkoen rondom goudbruin.
Voeg de ui, wortel, bleekselderij en het bouquet garni toe.
Breng op smaak met zout en zwarte peper.
Sluit de braadpan en laat de kalkoen op laag vuur ongeveer 60 minuten zacht stoven.
Rasp ondertussen de schil van 1 mandarijn fijn zonder het witte gedeelte mee te raspen.
Pers deze mandarijn uit en houd het sap apart.
Pel de overige 3 mandarijnen en verwijder zoveel mogelijk van het witte vlies.
Verdeel de mandarijnen in partjes en houd apart.
Controleer of de kalkoen volledig gaar is en neem de stukken uit de braadpan.
Houd de kalkoen afgedekt warm.
Verwijder het bouquet garni.
Voeg de resterende boter aan het braadvocht toe en roer de bloem erdoor.
Schenk het mandarijnsap erbij en roer tot een gladde saus.
Voeg de slagroom toe en laat de saus enkele minuten zacht inkoken.
Voeg de mandarijnrasp toe en breng de saus op smaak met zout en zwarte peper.
Leg de mandarijnpartjes in de saus en verwarm ze kort zonder ze stuk te roeren.
Kook ondertussen de rijst volgens de aanwijzingen gaar.
Smelt voor de rijst de boter in een kookpan.
Voeg het amandelschaafsel en de rozijnen toe en verwarm enkele minuten.
Meng het amandel-rozijnenmengsel door de gare rijst.
Leg de kalkoen op een warme serveerschaal.
Verdeel de mandarijnpartjes rondom de kalkoen en schep een deel van de roomsaus over het vlees.
Serveer de overige mandarijnsaus en de rijst met amandelen en rozijnen apart.