Kook de aardappels met schil in ongeveer 20 minuten gaar. Giet ze af en laat ze kort afkoelen.
Verwarm de oven voor op 200 °C.
Pel de aardappels en snijd ze in blokjes.
Pel en snipper ondertussen de ui. Snijd het rookspek en de courgette in kleine blokjes.
Smelt de boter in een ruime koekenpan en bak de ui, courgette en het rookspek op laag tot middelhoog vuur tot de ui zacht is en het spek licht begint te kleuren.
Voeg de aardappelblokjes toe en schep alles voorzichtig door elkaar.
Vet een ovenschaal licht in en verdeel het aardappelmengsel gelijkmatig over de bodem.
Verwijder de korst van de Reblochon en snijd de kaas in kleine stukken.
Laat de Reblochon op laag vuur in een steelpan smelten.
Voeg de droge witte wijn, kippenbouillon en crème fraîche toe en verwarm het geheel rustig door.
Pureer het kaasmengsel met een staafmixer of in een keukenmachine tot een gladde saus. Breng op smaak met versgemalen zwarte peper en indien nodig een beetje zout.
Schenk de kaassaus gelijkmatig over het aardappelmengsel.
Bestrooi de tartiflette met de geraspte Beaufort.
Bak de ovenschotel ongeveer 20 minuten in de voorverwarmde oven tot de bovenkant goudbruin is en de saus borrelt.
Laat de tartiflette ongeveer 5 minuten rusten en serveer warm.