Was de bruine bonen en zet ze in een ruime hoeveelheid koud water. Laat ze een nacht weken.
Breng de volgende dag de bonen in het weekwater aan de kook. Voeg eventueel de gesneden wortel en een beetje zout toe.
Leg het rookspek bij de bonen en laat alles op laag vuur 90 minuten zacht garen.
Voeg na 30 minuten de boerenmetworst toe en laat deze de resterende 60 minuten meekoken.
Controleer tijdens het koken of er voldoende vocht in de pan blijft en voeg indien nodig wat heet water toe.
Doe de bloem in een kom en roer deze met een klein deel van de karnemelk tot een glad papje zonder klontjes.
Voeg al roerend beetje bij beetje de rest van de karnemelk toe.
Haal het gare spek en de metworst uit de pan en houd ze warm.
Giet indien nodig een deel van het kookvocht van de bonen af, maar bewaar dit om de dikte van de bonenbrij te kunnen aanpassen.
Roer het karnemelkmengsel door de bruine bonen tot een lichtgebonden bonenbrij ontstaat.
Verwarm de bonenbrij rustig en blijf regelmatig roeren. Laat de brij niet koken.
Breng naar smaak op smaak met peper, zout en eventueel een klein beetje suiker.
Snijd het rookspek in stukjes en de boerenmetworst in plakjes.
Schep de warme bonenbrij in een schaal en verdeel het spek en de metworst erover.
Serveer de stroop apart, zodat iedereen deze naar smaak kan toevoegen.