Leg de stukken kip een dag voor de bereiding in een ruime kom en schenk de rode wijn erbij.
Voeg de wortel, bleekselderij, tijm, laurier, zwarte peper en een klein scheutje olie toe. Dek af en laat 24 uur in de koelkast marineren.
Neem de kip uit de marinade en dep de stukken goed droog. Zeef de marinade en bewaar de wijn.
Smelt een deel van de boter in een braadpan en voeg een snufje suiker en 10-15 el water toe.
Voeg de sjalotten toe en laat ze zachtjes stoven tot ze mooi glazig zijn. Neem ze uit de pan en houd apart.
Smelt opnieuw wat boter in een diepe braadpan en bak de stukken kip rondom mooi bruin.
Bestrooi de kip met de bloem en roer voorzichtig door.
Voeg zoveel van de gezeefde wijnmarinade toe dat de kip goed in het vocht ligt.
Breng aan de kook, zet het vuur laag en laat de kip 30-40 minuten zachtjes stoven.
Bak ondertussen de champignons in een koekenpan en voeg de blokjes spek toe. Bak tot het spek licht gekleurd is.
Voeg tegen het einde van de bereiding de champignons, het spek, de gestoofde sjalotten, fijngehakte knoflook en wat fijngehakte peterselie aan de kip toe.
Laat alles nog enkele minuten zachtjes doorwarmen en controleer of de kip volledig gaar is en in het dikste gedeelte minimaal 75 °C heeft bereikt.
Is de saus te dik, verdun deze dan met een beetje van de resterende wijn. Is de saus te dun, laat haar zonder deksel nog enkele minuten inkoken.
Serveer de Coq au Vin warm.