Verwarm de oven voor op 200 °C.
Breng de binnenkant van de braadkippen op smaak met de gemengde kruiden, gemengde specerijen, zout en zwarte peper.
Bestrijk de buitenkant van de kippen met olijfolie en breng eveneens op smaak met zout en zwarte peper.
Leg de kippen in een braadpan.
Hak de kippenlevers en kippenharten fijn.
Doe de fijngehakte lever en het hart samen met de champignons en rode wijn in een kookpan.
Laat het wijnmengsel ongeveer 15 minuten zacht stoven.
Neem de champignons met een schuimspaan uit de kookpan en houd ze apart.
Schenk het wijnmengsel over de kippen.
Zet de braadpan in de oven en braad de kippen ongeveer 50 minuten.
Bedruip de kippen tijdens het braden regelmatig met het braadvocht.
Verhit ondertussen de boter in een kookpan en bak het spek ongeveer 15 minuten zacht.
Voeg na ongeveer 50 minuten oventijd het spek, de sjalotten en champignons aan de braadpan toe.
Laat het geheel verder garen tot de kip volledig gaar is en de sjalotten zacht zijn.
Neem de kippen uit de braadpan en houd ze warm.
Schep de sjalotten en champignons rondom de kip.
Schenk het braadvocht door een zeef in een kookpan en houd de vaste bestanddelen apart.
Meng de maïzena met een kleine hoeveelheid koud water tot een glad papje.
Roer het maïzenamengsel door het braadvocht en laat de saus zacht koken tot hij licht gebonden is.
Breng de rodewijnsaus op smaak met zout en zwarte peper.
Schep enkele eetlepels saus over de kip en serveer de resterende saus apart.