Spoel de mosselen zorgvuldig onder koud stromend water. Verwijder beschadigde mosselen en mosselen die na een tik niet sluiten.
Verhit de olijfolie in een grote mosselpan. Fruit de ui, knoflook, rode peper, sjalotten en wortel enkele minuten tot de groenten iets zachter zijn. Voeg de bladselderij toe.
Doe de mosselen in de pan en voeg de witte wijn en het limoensap toe. Breng op smaak met wat zwarte peper. Doe het deksel op de pan en kook de mosselen enkele minuten op hoog vuur.
Schud de mosselpan tussendoor een paar keer voorzichtig om. Zodra de mosselschelpen geopend zijn, zijn de mosselen gaar. Laat ze niet langer koken dan nodig. Verwijder na het koken mosselen waarvan de schelp gesloten is gebleven.
Giet de mosselen af en vang het kookvocht op. Zeef het kookvocht zorgvuldig en houd ongeveer 150 ml apart voor de saus. Houd de mosselen warm.
Fruit voor de kerriesaus de fijngesneden sjalotten kort in een steelpan. Hak of pureer de kastanjechampignons fijn en voeg ze toe. Bak enkele minuten mee.
Voeg de cognac, kerriepoeder, peterselie, tijm, laurier en melk toe. Laat het mengsel enkele minuten rustig trekken.
Klop de eidooiers los. Meng eerst een kleine hoeveelheid van de warme saus door de eidooiers en voeg dit mengsel daarna al roerend terug aan de pan toe. Voeg geleidelijk het gezeefde mosselkookvocht toe tot de saus de gewenste dikte heeft.
Verwarm de saus rustig en blijf roeren tot hij licht bindt. Laat de saus vanaf het toevoegen van de eidooiers niet koken.
Verwijder de peterselie, tijm en het laurierblad. Roer de crème fraîche en het limoensap door de saus. Proef en breng indien nodig op smaak met peper en een kleine hoeveelheid zout.
Verdeel de warme mosselen over vier diepe borden of kommen en serveer de romige kerriesaus erbij.