Schil de aardappelen en kook ze in gezouten water gaar.
Giet de aardappelen goed af en laat ze kort afkoelen.
Druk de nog warme aardappelen door een pureeknijper of maak ze fijn met een roerzeef.
Doe de aardappelpuree in een grote kom en laat deze verder afkoelen.
Zeef 200 g tarwebloem boven de aardappelpuree.
Voeg de eieren toe en meng alles tot een samenhangend deeg.
Vorm het deeg tot een bal.
Bestuif het werkblad licht met bloem en leg het aardappeldeeg erop.
Kneed het deeg ongeveer 5 minuten tot het soepel en elastisch aanvoelt.
Voeg alleen wat extra bloem toe wanneer het deeg te plakkerig blijft.
Verdeel het deeg in 8 gelijke stukken.
Rol ieder stuk uit tot een lange streng van ongeveer 2 cm dik.
Houd het deeg waarmee je nog niet werkt afgedekt met plasticfolie om uitdrogen te voorkomen.
Snijd iedere deegstreng in stukjes van ongeveer 2 tot 3 cm.
Rol de stukjes eventueel voorzichtig over de tanden van een vork om de gnocchi ribbeltjes te geven.
Breng een ruime pan met gezouten water aan de kook.
Voeg de gnocchi in porties toe zodat ze voldoende ruimte hebben.
Breng het water opnieuw rustig aan de kook en kook de gnocchi tot ze gaar zijn en boven komen drijven.
Neem de gnocchi met een schuimspaan uit het water en laat ze goed uitlekken.
Serveer de verse gnocchi direct met een saus naar keuze.