Verwarm de oven voor op 180 °C. Bekleed de bodem van de springvorm met bakpapier en vet de zijkanten licht in met olijfolie.
Rooster de pijnboompitten in een droge koekenpan op middelhoog vuur tot ze licht goudbruin zijn. Laat ze afkoelen.
Schil de wortelen indien nodig en rasp ze grof. Leg de geraspte wortel tussen enkele lagen keukenpapier en druk voorzichtig aan om overtollig vocht te verwijderen.
Doe de sultana’s met de rum in een kleine steelpan. Breng aan de kook, zet het vuur laag en laat 3 minuten zachtjes koken. Haal de pan van het vuur.
Klop de basterdsuiker met de olijfolie tot een luchtig en goed gemengd geheel.
Klop het vanille-extract en de eieren erdoor.
Spatel het amandelmeel, de nootmuskaat, geraspte wortel en sultana’s met de achtergebleven rum door het beslag.
Voeg als laatste de citroenrasp en het citroensap toe en meng kort.
Schep het beslag in de springvorm en strijk de bovenkant glad. Het beslag vormt een relatief lage laag in de vorm.
Verdeel de geroosterde pijnboompitten over de bovenkant.
Bak de wortelcake 30 tot 40 minuten in het midden van de oven tot de bovenkant gerezen en goudbruin is. Een prikker die je in het midden steekt mag nog iets kleverig zijn, maar er mag geen vloeibaar beslag aan zitten.
Laat de cake 10 minuten in de vorm afkoelen. Verwijder daarna voorzichtig de rand en laat de cake volledig afkoelen op een taartrooster.
Meng voor de optionele mascarponeroom de mascarpone met de poedersuiker en rum tot een gladde room.
Serveer de wortelcake op kamertemperatuur en geef de mascarponeroom er apart bij.