Spoel de mosselen in een zeef onder koud stromend water. Verwijder beschadigde mosselen en mosselen die openstaan en na een tik niet sluiten.
Verhit 2 el olijfolie in een grote kookpan.
Hak de sjalotten fijn en fruit de helft ongeveer 1 minuut op laag vuur.
Voeg de mosselen toe en schep ze door de sjalotten.
Voeg de droge witte wijn toe en doe het deksel op de pan.
Stoom de mosselen ongeveer 6 minuten op hoog vuur. Schud de gesloten pan tussendoor een of twee keer.
Giet het mosselvocht door een zeef in een mengkom en bewaar het voor de soep.
Laat de mosselen iets afkoelen. Haal ongeveer driekwart uit de schelp en houd de overige mosselen in de schelp. Gooi mosselen die na het koken gesloten zijn gebleven weg.
Schil de knolselderij en snijd deze in kleine blokjes.
Verhit de resterende 2 el olijfolie in de kookpan en fruit de overige sjalotten ongeveer 2 minuten.
Voeg de knolselderij toe.
Giet het opgevangen mosselvocht in een maatbeker en vul met water aan tot 1 liter.
Schenk het vocht bij de knolselderij en breng aan de kook.
Zet het vuur laag en kook de knolselderij ongeveer 10 minuten.
Voeg de slagroom toe en breng op smaak met zout en peper. Wees voorzichtig met zout, omdat het mosselvocht al zout kan zijn.
Laat de soep nog ongeveer 5 minuten zacht koken.
Pureer de soep met de staafmixer tot een gladde, romige soep.
Snijd de visfilet in reepjes.
Breng de soep opnieuw tegen de kook aan en voeg de vis en mosselen toe.
Laat ongeveer 5 minuten zacht garen tot de vis gaar is.
Hak de verse peterselie fijn.
Verdeel de soep over vier kommen en garneer met de peterselie. Verdeel de mosselen in de schelp over de kommen en serveer direct.