Snijd de steeltjes van de champignons en hak de steeltjes fijn.
Maak de champignonhoedjes indien nodig voorzichtig schoon.
Rooster de sneetjes brood goudbruin en bestrijk ze dun met boter.
Hak de champignonsteeltjes fijn en doe ze samen met de fijngesneden ham en sjalotten in een koekenpan.
Stoof het mengsel kort in een kleine hoeveelheid van de boter tot de sjalot zacht is.
Smelt voor de bechamelsaus 75 g boter in een kookpan.
Roer de bloem erdoor en laat het mengsel ongeveer 2 minuten zachtjes garen.
Schenk de koude melk geleidelijk bij de roux en blijf goed roeren tot een gladde, dikke saus ontstaat.
Breng de bechamelsaus op smaak met peper, zout, muskaatnoot en een klein scheutje citroensap.
Haal de pan van het vuur.
Roer de eierdooiers snel door de warme saus.
Verdeel ongeveer een derde van de bechamelsaus over het mengsel van champignons, ham en sjalot.
Vul de champignonhoedjes royaal met dit mengsel.
Verdeel de resterende bechamelsaus over de gevulde champignons.
Bestrooi met de geraspte gruyère en verdeel kleine vlokjes van de resterende boter over de bovenkant.
Zet de champignons in een warme oven en gratineer tot de kaas gesmolten en goudbruin is.
Serveer de gevulde champignons direct.