Verwarm de oven voor op 200 °C en vet een ronde taartvorm van 24 cm in.
Meng de bloem met 100 g suiker en een snufje zout.
Voeg 150 g boter, in kleine blokjes, en 1 ei toe en kneed kort tot een samenhangend deeg.
Rol het deeg uit tot een ronde lap die iets groter is dan de taartvorm.
Bekleed de bodem en rand van de taartvorm met het deeg en druk het voorzichtig aan.
Meng voor de amandelcrème de resterende 150 g boter met de overige 30 g suiker, 2 eieren, fijngemalen amandelen en peren-eau-de-vie tot een romige vulling.
Verdeel de amandelcrème gelijkmatig over de deegbodem.
Schil de peren, halveer ze en verwijder de klokhuizen.
Snijd de peerhelften in dunne plakjes en verdeel deze dakpansgewijs over de amandelcrème.
Bak de taart 35 tot 45 minuten in het midden van de oven tot de bodem gaar, de amandelvulling stevig en de bovenkant goudbruin is.
Verwarm de abrikozenjam met 1 eetlepel water en roer tot een glad mengsel.
Wrijf de warme jam indien nodig door een fijne zeef.
Bestrijk de warme perentaart direct na het bakken met een dun laagje abrikozenjam.
Laat de taart op een rooster afkoelen.
Serveer de perentaart lauwwarm of koud met een kleine hoeveelheid lobbig geklopte slagroom.