Snijd de kalfsnieren in de lengte doormidden en verwijder zorgvuldig de harde witte kern, zenuwen en vetdelen. Dep de nieren daarna goed droog.
Breng de nieren vanbinnen op smaak met zwarte peper en een beetje zout, sluit de helften weer en bind ze eventueel met keukentouw vast.
Smelt de boter in een braadpan en bak de nieren ongeveer 10 minuten rondom aan. Draai ze regelmatig om.
Neem de nieren uit de pan en houd ze apart.
Pel en snipper de sjalot. Maak de champignons schoon en snijd ze in plakjes.
Fruit de sjalot in het achtergebleven bakvet en voeg de champignons toe. Bak tot ze licht kleuren.
Schenk de witte wijn, bouillon en Madeira erbij en voeg de jeneverbessen toe.
Laat de saus ongeveer 10 minuten zacht inkoken.
Leg de nieren terug in de pan, zet het vuur laag en sluit de pan met het deksel.
Laat het gerecht ongeveer 20 minuten rustig doorwarmen en garen.
Breng de saus indien nodig verder op smaak met zwarte peper en zout.
Snijd de kalfsnier in plakken en serveer warm met de champignons en Madeirasaus.