Doe 150 g bloem in een mengkom en voeg de eieren, melk, olijfolie en een snufje zout toe.
Klop tot een glad flensjesbeslag en bak hiervan 12 dunne flensjes in een koekenpan.
Leg de flensjes met de gebakken kant naar boven en houd apart.
Smelt 50 g boter in een braadpan en bak de ui en champignons zacht.
Voeg de spinazie toe en laat het mengsel ongeveer 5 minuten zacht stoven.
Meng het kippenvlees, de Parmezaanse kaas en basilicum erdoor.
Voeg ongeveer een kwart van de wittewijnsaus toe en roer tot een smeuïge vulling.
Breng de vulling op smaak met zout en zwarte peper.
Smelt voor de saus 20 g boter in een braadpan en roer 20 g bloem erdoor.
Schenk de kippenbouillon geleidelijk erbij en blijf met een garde roeren tot een gladde saus ontstaat.
Voeg de witte wijn toe en laat de saus enkele minuten zacht koken.
Breng de saus op smaak met zout en zwarte peper.
Verwarm de oven voor op 180 °C.
Verdeel de kip-spinazievulling over de ongebakken kant van de flensjes.
Rol de flensjes stevig op.
Leg de gevulde flensjes naast elkaar in een ovenschaal.
Schenk de resterende wittewijnsaus gelijkmatig over de flensjes.
Bestrooi met het amandelschaafsel.
Bak de kipflensjes ongeveer 15 tot 20 minuten in de oven tot ze goed warm en licht goudbruin zijn.