Week de rozijnen in een beetje water terwijl je het deeg bereidt.
Meng het maïsmeel, glutenvrije bakmeel en rijstmeel met het zout.
Voeg de boter, magere kwark, rietsuiker en vanillesuiker toe en kneed tot een glad deeg. Voeg eventueel een klein beetje extra kwark toe wanneer het deeg te droog en kruimelig blijft.
Verdeel het deeg in twee delen.
Bekleed de bodem van de springvorm met bakpapier. Vet de rand in met boter en bestuif licht met polenta.
Leg een deel van het deeg tussen twee stukken keukenfolie en rol het uit tot een ronde lap die iets groter is dan de springvorm.
Leg het deeg met behulp van de folie in de springvorm en druk het voorzichtig tegen de bodem en ongeveer 2 cm tegen de rand.
Rol de marsepein tussen twee stukken keukenfolie uit tot een ronde lap ter grootte van de bodem van de springvorm en leg deze op het deeg.
Schil de appels, verwijder de klokhuizen en snijd het vruchtvlees in dunne partjes.
Laat de rozijnen uitlekken en druk er voorzichtig het overtollige vocht uit.
Meng de appels met citroensap, suiker, kaneel, polenta, zetmeel, rozijnen en amandelschaafsel.
Verdeel de appelvulling gelijkmatig over de marsepein en verdeel de boter in kleine vlokjes over de vulling.
Rol het resterende deeg tussen keukenfolie uit tot een ronde lap die iets groter is dan de springvorm.
Leg de deeglap voorzichtig over de appelvulling en druk de randen van het deeg goed op elkaar.
Prik de bovenkant enkele keren in met een vork en bestrijk dun met gecondenseerde melk.
Zet de taart in de koude oven en stel deze in op 200 °C hetelucht.
Bak de taart 10 minuten, verlaag daarna de temperatuur naar 175 °C en bak nog ongeveer 20 minuten. Dek de taart losjes af als de bovenkant te donker dreigt te worden.
Meng de poedersuiker met het citroensap tot een glad glazuur.
Bestrijk de nog warme taart met het citroenglazuur.
Laat de taart volledig afkoelen voordat je hem uit de springvorm haalt en aansnijdt.