Was de gort en zet deze een nacht in ruim koud water.
Doe de volgende dag het water, de runderpoulet en mergpijpjes in een grote soeppan.
Voeg wat peper en zout toe en breng rustig aan de kook.
Schep gedurende de eerste 5 minuten het schuim van het oppervlak.
Zet het vuur laag en laat de bouillon ongeveer 2 uur heel zacht trekken. Laat de bouillon niet krachtig koken.
Haal de mergpijpjes uit de bouillon.
Giet de geweekte gort af en spoel deze kort.
Was de rijst en boerenkool en laat goed uitlekken.
Voeg de gort, rijst, boerenkool, prei en ui aan de bouillon toe.
Leg de rookworst in de soep en laat alles ongeveer 25 minuten zachtjes garen.
Zorg dat de soep niet hard kookt, zodat het vel van de rookworst niet openbarst.
Haal de rookworst na 25 minuten uit de pan en snijd deze in plakjes.
Doe de plakjes rookworst terug in de soep.
Laat de Körtmoes nog enkele minuten zachtjes doorwarmen.
Proef en breng indien nodig verder op smaak met peper en zout.
Verdeel de hete Körtmoes over diepe kommen en serveer direct.