Was de gort en zet deze in een ruime hoeveelheid koud water.
Laat de gort een nacht weken.
Breng de volgende dag de gort in het weekwater aan de kook.
Zet het vuur laag en laat de gort ongeveer 1 uur rustig garen.
Leg na 30 minuten de rookworst bij de gort en laat deze de laatste 30 minuten rustig mee verwarmen.
Zorg dat het water niet krachtig kookt, zodat het vel van de rookworst niet openbarst.
Verwarm ondertussen de melk in een aparte pan tot deze goed heet is.
Haal de rookworst uit de pan en snijd deze in plakjes.
Controleer of de gort zacht en gaar is en giet eventueel overtollig kookwater af.
Verdeel de warme gort over vier diepe borden.
Schenk naar smaak warme melk over de gort en roer voorzichtig door.
Verdeel de plakjes rookworst over de borden.
Bestrooi met bruine basterdsuiker en serveer direct.