Laat het roomboterbladerdeeg volgens de aanwijzingen op de verpakking ontdooien.
Verwarm de melk in een kleine pan en voeg de rozijnen toe.
Laat de rozijnen 15 minuten in de warme melk wellen.
Breng de melk met de rozijnen voorzichtig aan de kook en laat nog 20 minuten op laag vuur zachtjes koken.
Giet de rozijnen in een zeef, laat ze goed uitlekken en gooi de melk weg.
Was de snijbiet grondig en verwijder de dikke bladnerven. Bewaar de stelen eventueel voor een ander groentegerecht.
Breng een grote pan water met een beetje zout aan de kook.
Blancheer het snijbietblad ongeveer 3 minuten en schep het direct in een kom met ijskoud water.
Laat de snijbiet goed uitlekken, knijp zoveel mogelijk vocht eruit en hak het blad grof.
Schil de appels, verwijder de klokhuizen en snijd het vruchtvlees in kleine blokjes.
Verwijder de korst van de Kernhemkaas en snijd de kaas eveneens in kleine blokjes.
Rooster de pijnboompitten kort in een droge koekenpan tot ze licht goudbruin zijn en laat ze afkoelen.
Meng de snijbiet met de rozijnen, appelblokjes, Kernhemkaas, pijnboompitten, bruine suiker, citroenrasp en rum.
Voeg de 3 eieren toe en schep alles zorgvuldig door elkaar.
Dek de mengkom af en zet de vulling ongeveer 30 minuten in de koelkast.
Verwarm de oven voor op 200 °C met boven- en onderwarmte en vet de springvorm licht in.
Kneed de poedersuiker voorzichtig door het ontdooide bladerdeeg en vorm er een samenhangende deegbal van. Werk snel zodat het deeg koel blijft.
Rol ongeveer twee derde van het deeg op een licht bebloemd werkvlak uit tot een ronde lap die groot genoeg is voor de bodem en zijkanten van de springvorm.
Bekleed de springvorm met het deeg en druk het voorzichtig tegen de bodem en de rand.
Prik met een vork enkele gaatjes in de deegbodem, bedek deze met aluminiumfolie en vul de vorm met bakbonen.
Bak de deegbodem 15 minuten blind in de voorverwarmde oven.
Verwijder de bakbonen en de folie en laat de bodem enkele minuten uitdampen.
Verlaag de oventemperatuur naar 180 °C.
Schep de gekoelde snijbietvulling in de voorgebakken deegbodem en verdeel deze gelijkmatig.
Rol het resterende bladerdeeg uit tot een ronde lap die iets groter is dan de bovenkant van de taart.
Leg het deeg over de vulling en druk de randen stevig tegen de deegbodem.
Snijd eventueel overtollig deeg weg en gebruik de restjes om blaadjes of andere kleine versieringen te maken.
Plak de deegversieringen met een beetje water op de bovenkant en maak in het midden een kleine opening zodat stoom kan ontsnappen.
Klop de eidooier los met 1 theelepel water en bestrijk hiermee het deegdeksel.
Bak de pastei 30 tot 40 minuten op 180 °C, totdat het bladerdeeg goudbruin en gaar is en de eivulling stevig is.
Laat de pastei ongeveer 20 minuten in de vorm afkoelen voordat je de springvorm voorzichtig verwijdert.
Snijd de pastei in 6 punten en serveer lauwwarm of koud.