Drentse Krentjebrij met Bessensap
Welke spullen heb je nodig
- Grote kom
- Grote kookpan
- Vergiet
- Houten lepel
- Maatbeker
Wat gaat er in
- 150 g gort
- 2 liter water
- 1 snufje zout
- 500 ml rood bessensap
- 75 g krenten
- 75 g rozijnen
- 1 citroen
- 150 g suiker
- 1 kaneelstokje optioneel
Hoe moet je het maken
- Was de gort en zet deze een nacht in ruim koud water.
- Week de krenten en rozijnen vooraf in een beetje water en laat ze uitlekken.
- Was de citroen goed. Schil een paar dunne repen van de schil zonder veel van het witte gedeelte mee te nemen en pers de citroen uit.
- Breng de geweekte gort met het weekwater, een snufje zout, de citroenschil en eventueel het kaneelstokje aan de kook.
- Zet het vuur laag en laat de gort ongeveer 1 uur zachtjes koken. Roer regelmatig om aanzetten te voorkomen.
- Voeg de suiker, het citroensap, de krenten en rozijnen toe.
- Laat de krentjebrij nog ongeveer 30 minuten zachtjes koken en roer regelmatig.
- Verwijder de citroenschil en eventueel het kaneelstokje.
- Roer als laatste het rode bessensap door de krentjebrij.
- Serveer de krentjebrij warm of laat hem afkoelen en zet hem daarna in de koelkast om koud te serveren.
Extra tips, wijnadvies, & variaties
Serveeradvies
Serveer de Drentse krentjebrij warm of koud als nagerecht. Vooral goed gekoeld is deze watergruwel lekker fris door het rode bessensap en de citroen. Serveer de krentjebrij in kleine schaaltjes of glazen, want door de vruchten, gort en suiker is het een behoorlijk vullend nagerecht.Variaties
Voeg tijdens het koken een kaneelstokje toe voor een warmere, kruidige smaak. In het oorspronkelijke recept wordt ook zoete rode wijn als mogelijkheid genoemd. Voeg deze tijdens het koken toe als je die variant wilt maken. Je kunt de verhouding tussen krenten en rozijnen naar eigen smaak aanpassen.Wijnadvies
Bij dit fruitige nagerecht past een Banyuls. De zoete, rijpe fruitsmaken sluiten mooi aan bij het bessensap, de krenten en rozijnen. Serveer de wijn in een klein glas naast de gekoelde krentjebrij.————————————————————————————————–
Drentse krentjebrij, ook bekend als watergruwel
Drentse krentjebrij is een ouderwets nagerecht dat in Noord-Nederland ook bekend is als watergruwel. De basis bestaat uit gort die langzaam in water wordt gekookt. Daarna worden krenten, rozijnen, suiker, citroen en rood bessensap toegevoegd. Het resultaat is een dikke, fruitige brij die zowel warm als koud kan worden gegeten.
Thank you for reading this post, don't forget to subscribe!De naam watergruwel klinkt tegenwoordig misschien wat bijzonder. Het woord gruwel wordt in het oorspronkelijke recept in verband gebracht met het Engelse woord voor pap, ‘gruel’. Het gerecht zelf is veel aantrekkelijker dan de naam misschien doet vermoeden: zachtgekookte gort wordt gecombineerd met zoet en fris fruit en bessensap.
Gort, krenten en rozijnen als stevige basis
De bereiding begint een dag van tevoren. De gort wordt gewassen en een nacht in ruim water geweekt. De volgende dag wordt de gort in het weekwater ongeveer een uur zachtjes gekookt. Regelmatig roeren is belangrijk, omdat de steeds zachter wordende gort gemakkelijk aan de bodem van de pan kan gaan zitten.
Daarna gaan de krenten en rozijnen erbij. Deze zuidvruchten worden vooraf geweekt, zodat ze tijdens het koken zacht en sappig worden. Citroensap en citroenschil zorgen voor frisheid tegenover de suiker en het zoete gedroogde fruit. Een kaneelstokje kan tijdens het koken worden toegevoegd voor een extra kruidige smaak.
Rood bessensap geeft krentjebrij zijn fruitige karakter
Het rode bessensap wordt pas aan het einde toegevoegd. Daardoor blijft de frisse, uitgesproken bessensmaak goed herkenbaar. Na het verwijderen van de citroenschil en eventueel het kaneelstokje wordt het bessensap door de gare gort geroerd. Daarmee krijgt de krentjebrij zijn kenmerkende fruitige smaak en kleur.
Je kunt dit Drentse nagerecht meteen warm serveren, maar traditioneel wordt krentjebrij ook vaak koud gegeten. Laat de watergruwel daarvoor eerst afkoelen en zet hem vervolgens goed afgedekt in de koelkast. Zo ontstaat een fris, stevig en uitgesproken fruitig nagerecht waarin gort, bessensap, krenten en rozijnen samen een stukje Noord-Nederlandse eetcultuur bewaren.
