Rasp of snijd de gele schil van de citroenen fijn en pers de citroenen uit.
Doe de appelschijfjes met de citroenschil en het citroensap in een grote pan.
Voeg zoveel water toe dat de appels net niet helemaal onderstaan.
Breng aan de kook en laat de appels ongeveer 15 minuten zacht koken.
Bekleed een zeef met een schone vochtige doek en zet deze boven een ruime kom of pan.
Schep de appels met het kookvocht in de zeef en laat het vocht rustig uitlekken. Druk of roer niet in de appels, want daardoor kan de gelei troebel worden.
Meet de hoeveelheid opgevangen appelsap en schenk het terug in een schone kookpan.
Voeg voor iedere liter appelsap 600 g suiker toe en roer tot de suiker is opgelost.
Breng het mengsel aan de kook en laat het inkoken tot het geleerpunt is bereikt. Test dit door een druppel op een koud bord te laten vallen. De gelei is goed wanneer de druppel na afkoelen niet meer uitvloeit.
Schep de hete appelgelei direct in schone, gesteriliseerde potten en sluit ze volgens een veilige inmaakmethode goed af.
Laat de potten afkoelen en voorzie ze van een etiket met de naam en bereidingsdatum.