Verwarm de oven voor op 180 °C.
Rol de tongfilets losjes op en zet ze eventueel vast met een houten prikker.
Vet een ovenschaal licht in met een deel van de boter en leg de tongrolletjes erin.
Breng de vis op smaak met zwarte peper en een beetje zout en voeg de tijm en het laurierblad toe.
Schenk de witte wijn langs de vis en voeg zoveel water toe dat de tongfilets voor ongeveer de helft in het vocht liggen.
Dek de ovenschaal af met aluminiumfolie en gaar de tongfilets ongeveer 12 minuten in de oven.
Doe ondertussen de garnalen met een klein scheutje water in een pan, breng kort aan de kook en haal direct van het vuur. Laat ongeveer 10 minuten trekken.
Neem de tongfilets uit de ovenschaal en houd ze warm. Zeef het kookvocht en bewaar het.
Smelt de resterende boter in een steelpan en roer de bloem erdoor.
Voeg geleidelijk het gezeefde kookvocht en de room toe en blijf roeren tot een gladde, gebonden saus ontstaat.
Breng de saus op smaak met citroensap, muskaat, zwarte peper en indien nodig een beetje zout.
Neem de saus van het vuur. Meng de eidooiers met een kleine hoeveelheid warme saus en roer dit mengsel vervolgens terug door de saus. Laat de saus daarna niet meer koken.
Laat de garnalen uitlekken en roer ze door de warme saus.
Leg de tongfilets in een warme schaal, verdeel de garnalenroom erover en serveer direct.