Breng 600 ml water met het visbouillonblokje aan de kook.
Leg de zalmfilet in het kokende bouillonwater, zet het vuur laag en laat de vis ongeveer 6 minuten zachtjes garen.
Neem de zalm met een schuimspaan uit de pan en laat goed uitlekken.
Pluk de blaadjes van de peterselie en snijd ze samen met de dille fijn.
Verkruimel het oude witbrood in de keukenmachine.
Voeg de dille en peterselie toe en maal kort mee.
Doe de zalm, het ei, de crème fraîche en het citroensap erbij en meng kort tot een samenhangend mengsel. Laat nog wat structuur in de zalm zitten.
Voeg het brood-kruidenmengsel toe en meng kort door. Breng op smaak met een snufje zout en zwarte peper.
Vorm met vochtige handen kleine, platte zalmkoekjes.
Verhit de olijfolie in een koekenpan op middelhoog vuur.
Bak de zalmkoekjes in ongeveer 4 tot 5 minuten goudbruin. Keer ze halverwege voorzichtig om.
Serveer de zalmkoekjes warm.