Zeef de bloem in een mengkom en maak een kuiltje in het midden.
Los de gist op in de lauwwarme melk en schenk dit in het kuiltje. Voeg suiker, zout, ei en zachte boter toe.
Meng alles goed en kneed tot een soepel deeg dat niet meer aan de handen kleeft.
Dek het deeg af en laat het op een warme plaats ongeveer 30 minuten rijzen.
Kook ondertussen de rijst ongeveer 5 minuten in ruim kokend water en laat goed uitlekken.
Verwarm de melk met de suiker en boter op laag vuur.
Voeg de uitgelekte rijst toe en laat zacht koken tot de rijst gaar is en de melk vrijwel volledig is opgenomen. Laat iets afkoelen.
Meng de eidooiers door de rijst en voeg vervolgens de verkruimelde bitterkoekjes en room toe.
Klop het eiwit stijf en spatel dit voorzichtig door de rijstvulling.
Verwarm de oven voor op 190 °C.
Rol het gerezen deeg uit tot ongeveer 4 mm dik.
Vet de taartvorm in met boter, bestuif licht met bloem en bekleed de vorm met het deeg. Prik met een vork enkele gaatjes in de bodem.
Verdeel de rijstvulling over de deegbodem en strijk de bovenkant glad.
Meng voor de afwerking het ei met de room en suiker en verdeel dit voorzichtig over de rijstvulling.
Bestrooi met de resterende verkruimelde bitterkoekjes.
Bak de rijsttaart eerst ongeveer 15 minuten op 190 °C.
Verlaag de oventemperatuur naar 175 °C en bak de taart nog ongeveer 20 minuten tot de bovenkant goudbruin is.
Laat de rijsttaart afkoelen voordat je hem uit de vorm haalt.