Doe het rijstmeel in een schone theedoek en stoom het 20 minuten in een stoompan.
Neem het rijstmeel uit de stoompan, wrijf het door een zeef en laat het afkoelen.
Meng het bakpoeder en de kristalsuiker door het afgekoelde rijstmeel.
Los het zout en de pandanpasta op in het warme water.
Voeg het pandanwater beetje bij beetje aan het rijstmeel toe en meng tot een vochtig, kruimelig deeg. Het mengsel moet samenhang krijgen, maar mag niet vloeibaar worden.
Vet de vormpjes licht in met plantaardige olie.
Verdeel een laagje van het rijstmeelmengsel over de bodem van de vormpjes en druk het slechts licht aan.
Verdeel de geraspte gula djawa over het midden en zorg dat de palmsuiker niet direct tegen de rand komt.
Dek de gula djawa af met het resterende rijstmeelmengsel en strijk de bovenkant voorzichtig glad.
Stoom de cakejes 20 minuten op hoog vuur tot ze gaar zijn.
Meng ondertussen de geraspte kokos met een snuf zout en stoom deze kort terwijl de cakejes iets afkoelen.
Haal de kue putu voorzichtig uit de vormpjes en verdeel de warme gestoomde kokos over de cakejes.
Serveer de kue putu bij voorkeur lauwwarm.