Was de gort en laat deze een nacht in ruim koud water weken.
Breng de volgende dag de gort met een snufje zout in het weekwater aan de kook.
Zet het vuur laag en laat de gort ongeveer 2 uur zachtjes garen. Roer regelmatig.
Voeg tijdens de laatste 20 minuten de gewassen rozijnen toe.
Leg ook de rookworst in de pan en laat deze ongeveer 20 minuten rustig mee verwarmen.
Laat het water niet hard koken, zodat het vel van de rookworst niet openbarst.
Bak ondertussen het gerookte spek op laag vuur uit en laat de spekblokjes iets afkoelen.
Haal de rookworst uit de pan en snijd deze in plakjes.
Giet eventueel overtollig kookwater van de gare gort af.
Roer de uitgebakken spekblokjes en alle fijngehakte verse kruiden door de gort.
Voeg de karnemelk al roerend geleidelijk toe.
Verwarm de Kruudmoes vervolgens voorzichtig en blijf goed roeren. Laat de karnemelk niet hard doorkoken om schiften zoveel mogelijk te voorkomen.
Roer de roomboter door de warme Kruudmoes.
Verdeel de Kruudmoes over diepe borden en garneer met de plakjes rookworst.
Geef de stroop apart, zodat iedereen deze naar smaak kan toevoegen.
Voor koude Kruudmoes laat je het gerecht na bereiding snel afkoelen en bewaar je het afgedekt in de koelkast.