Breng 1 liter water met een snufje zout aan de kook.
Voeg de rijst al roerend aan het kokende water toe.
Breng opnieuw aan de kook en zet het vuur daarna laag.
Kook de rijst volgens de aanwijzingen op de verpakking tot deze zeer zacht is. Voor witte rijst duurt dit doorgaans ongeveer 25 minuten.
Roer regelmatig om te voorkomen dat de rijst aan de bodem van de pan vastplakt.
Giet de rijst na het koken niet af. Het overgebleven kookvocht is nodig voor de brij.
Voeg het boekweitmeel beetje bij beetje toe en blijf goed roeren om klontjes te voorkomen.
Laat de brij nog ongeveer 15 minuten op laag vuur garen. Roer regelmatig tot een stevige, gladde massa ontstaat.
Verdeel de warme brij over vier diepe borden.
Maak in het midden van iedere portie een kuiltje en verdeel hierin de roomboter.
Bestrooi met bruine basterdsuiker en serveer lauwwarm.
Je kunt de brij ook volledig laten afkoelen en als stevige rijstepudding serveren.