Los de gedroogde gist en suiker op in het lauwwarme water en laat het mengsel ongeveer 5 minuten staan.
Doe het boekweitmeel in een ruime mengkom. Voeg het zout, de rozijnen, zonnebloemolie en het citroensap toe.
Schenk het water met de gist geleidelijk bij het boekweitmeel en meng goed tot een dik en gelijkmatig beslag ontstaat. Boekweit bevat geen gluten, waardoor het mengsel niet hetzelfde elastische deeg vormt als traditioneel tarwebrood.
Dek de kom af met een schone vochtige theedoek en laat het beslag ongeveer 45 minuten op een warme plaats rusten.
Verwarm de oven voor op 220 °C. Vet een broodvorm licht in met olie.
Roer het beslag na de eerste rusttijd nog eenmaal goed door en schep het in de broodvorm. Strijk de bovenkant glad.
Dek de vorm opnieuw af en laat het beslag nog ongeveer 30 minuten rusten.
Bak het boekweitbrood 35 tot 45 minuten in het midden van de oven. Controleer tegen het einde van de baktijd of het brood gaar is.
Haal het brood uit de vorm en laat het volledig afkoelen op een rooster voordat je het aansnijdt.