Kook de eieren in ongeveer 8 tot 10 minuten hard.
Laat de eieren schrikken onder koud water, pel ze en druk ze voorzichtig iets plat zonder ze uit elkaar te laten vallen.
Verhit een deel van de olie in een wok of koekenpan.
Bak de eieren rondom lichtbruin en schep ze daarna uit de pan.
Maak de rode lomboks, rode uien en trassi fijn in een vijzel of keukenmachine.
Verhit de resterende olie en fruit het kruidenmengsel enkele minuten tot het geurig is.
Voeg de santen, asem, gekneusde sereh, daun jeruk purut en ketjap manis toe.
Roer alles goed door en breng de saus rustig aan de kook.
Leg de gebakken eieren in de saus en zet het vuur laag.
Laat het geheel zachtjes koken tot de saus dikker wordt en de olie zich aan het oppervlak begint af te scheiden.
Roer regelmatig en zorg ervoor dat de santensaus niet droogkookt.
Proef en voeg indien nodig een kleine hoeveelheid zout toe.
Verwijder voor het serveren de sereh en daun jeruk purut.
Serveer de eieren warm met voldoende santensaus.