Doe de gedroogde abrikozen een dag van tevoren in een kom en schenk de vanillesiroop en het water erbij. Dek af en laat 24 uur wellen.
Verwarm voor de karamel een pan op middelhoog vuur. Voeg de suiker beetje bij beetje toe en laat rustig smelten tot een lichtbruine karamel. Roer niet met een lepel, maar beweeg de pan voorzichtig.
Verdeel de hete karamel voorzichtig over de 4 kleine taartvormen en laat kort staan.
Verwarm de oven voor op 180 °C.
Ris de blaadjes van de tijm, hak ze fijn en verdeel ze over de karamel.
Laat de gewelde abrikozen goed uitlekken en halveer ze.
Verdeel de abrikozen over de vier taartvormen.
Rol ieder plakje bladerdeeg licht uit tot het rondom ongeveer 1 cm groter is dan de taartvorm.
Prik het bladerdeeg gelijkmatig in met een vork.
Splits het ei en gebruik de eidooier. Leg een plak bladerdeeg over iedere vorm en stop de randen voorzichtig langs de abrikozen naar binnen.
Bestrijk het bladerdeeg dun met eidooier.
Bak de tarte tatins ongeveer 20 minuten in de oven tot het bladerdeeg goudbruin en krokant is.
Rooster ondertussen de geschaafde amandelen in een droge koekenpan goudbruin en laat ze afkoelen.
Halveer het vanillestokje in de lengte en schraap het merg eruit.
Meng het vanillemerg door de crème fraîche.
Haal de taartjes uit de oven en keer ze direct en zeer voorzichtig om op de borden. Pas op voor de hete karamel.
Serveer iedere tarte tatin lauwwarm met een bol vanille-ijs en wat vanillecrème fraîche.
Bestrooi met de geroosterde amandelen en garneer met verse munt.