Zorg dat de eieren op kamertemperatuur zijn voordat je met het pastadeeg begint.
Zeef 500 g bloem op een schoon werkvlak en vorm er een ruime berg van.
Maak in het midden een diepe kuil en doe hierin de eieren en het zout.
Meng de eieren vanuit het midden met de vingers en neem daarbij telkens een kleine hoeveelheid bloem van de binnenrand mee.
Werk steeds meer bloem door het eimengsel tot een grof samenhangend deeg ontstaat.
Kneed het deeg vervolgens ongeveer 15 minuten stevig met de handen.
Blijf kneden tot het deeg glad, soepel en elastisch aanvoelt.
Bestuif het werkvlak met een kleine hoeveelheid extra bloem wanneer het deeg tijdens het kneden te veel blijft plakken.
Vorm het deeg tot een bal en wikkel deze goed in plasticfolie.
Laat het pastadeeg 60 minuten op kamertemperatuur rusten.
Bestuif na het rusten het werkvlak en de deegroller licht met bloem.
Verdeel het deeg eventueel in kleinere stukken om het gemakkelijker te kunnen uitrollen.
Rol het deeg vanuit het midden naar buiten steeds dunner uit.
Draai het deeg tijdens het uitrollen regelmatig zodat het gelijkmatig dun wordt en niet aan het werkvlak blijft kleven.
Rol het pastadeeg uit tot de gewenste dikte en verwerk het daarna direct tot de gewenste pastavorm.