Smelt de boter in een koekenpan en bak de fijngesnipperde ui samen met het rundergehakt licht goudbruin en rul.
Voeg het gemberpoeder, kerriepoeder, de gemalen koriander, paprikapoeder, chilipoeder, het zout, peper, komijn, kaneel en een eetlepel water toe.
Roer alles goed door, leg het deksel op de pan en laat het gehakt op laag vuur volledig gaar worden. Roer regelmatig en laat het mengsel daarna afkoelen.
Doe voor het deeg de bloem en het zout in een mengkom en snijd de koude boter er met twee messen doorheen tot een kruimelig mengsel ontstaat.
Voeg beetje bij beetje water toe en meng tot een stevig, soepel deeg. Gebruik niet meer water dan nodig en kneed het deeg zo kort mogelijk.
Verdeel het deeg in kleine gelijke porties en rol deze op een licht met bloem bestoven werkvlak uit tot dunne lapjes.
Schep op de helft van de deeglapjes een kleine hoeveelheid van de afgekoelde gehaktvulling en laat rondom een rand vrij.
Leg de overige deeglapjes erop, bevochtig de randen met een beetje water en druk ze stevig dicht zodat de vulling volledig is opgesloten.
Verhit de frituurolie tot 180 °C en frituur de pakketjes in porties goudbruin en krokant.
Schep ze met een schuimspaan uit de olie en laat ze goed uitlekken. Serveer warm.