Meng het gehakt met het zout, de peper, gemalen kruidnagel en de eidooier. Bewaar het eiwit voor het bestrijken.
Snijd de koude boter met twee messen door de bloem tot een kruimelig mengsel ontstaat.
Voeg het zout toe en meng geleidelijk 3 à 4 eetlepels water door het deeg tot het samenhangt. Kneed het kort tot een soepele deegbal.
Rol het deeg op een met bloem bestoven werkvlak uit tot ongeveer ½ cm dik en snijd het in langwerpige stukken.
Vorm langwerpige worstjes van het gehakt en leg ze op het deeg.
Maak de deegranden licht vochtig met water, vouw het deeg om het gehakt en druk de naden stevig dicht met de tanden van een vork.
Bestuif de bovenkant heel licht met bloem en maak enkele kleine insnijdingen in het deeg.
Klop het achtergehouden eiwit licht los en bestrijk het deeg ermee.
Leg de gehaktworstjes met voldoende tussenruimte op een met bakpapier beklede bakplaat.
Verwarm de oven voor op 200 °C en bak de gehaktworstjes 20 minuten.
Verlaag de oventemperatuur naar 150 °C en bak ze nog ongeveer 20 minuten, tot het deeg goudbruin en het gehakt volledig gaar is. Controleer bij voorkeur een kerntemperatuur van minimaal 75 °C.
Serveer de gehaktworstjes goed warm.