Pel en snipper de sjalotten.
Maak de winterwortel schoon en snijd deze in zeer dunne reepjes.
Knip 4 sprietjes bieslook fijn en houd de overige sprietjes heel om de omeletjes mee dicht te binden.
Verhit 2 eetlepels olie in een koekenpan.
Bak de sjalot, wortel, komijn en taugé ongeveer 2 minuten op hoog vuur. De groenten mogen nog knapperig blijven.
Klop de eieren los met zout, versgemalen zwarte peper en 1 eetlepel ketjap manis.
Schep de geschaafde amandelen, de resterende eetlepel ketjap manis en de fijngeknipte bieslook door het warme groentemengsel.
Houd de groentevulling warm terwijl je de omeletjes bakt.
Verhit steeds een klein beetje van de resterende olie in een kleine koekenpan.
Bak van het eimengsel 4 dunne omeletjes en leg ze op afzonderlijke borden.
Verdeel het warme taugémengsel over het midden van de omeletjes.
Vouw de randen van iedere omelet voorzichtig omhoog tot een buideltje.
Bind ieder omeletbuideltje voorzichtig dicht met een heel sprietje bieslook.
Serveer de taugéomeletjes direct.