Een soep vol groene bladgroenten
Groene tuinsoep is een eenvoudige soep waarin een flinke verzameling bladgroenten samenkomt. Sla, spinazie, bietenblad, postelein, zuring en waterkers zorgen ieder voor een eigen smaak. Vooral zuring en waterkers geven de soep een wat frissere en pittigere toets. Aardappel zorgt voor natuurlijke binding, waardoor er geen bloem of room nodig is om een zachte soep te krijgen.
Thank you for reading this post, don't forget to subscribe!Het oorspronkelijke recept was bedoeld voor zes personen. Voor Smaakplein zijn de hoeveelheden omgerekend naar vier personen. Daarbij blijft de verhouding tussen de verschillende groenten behouden. Gebruik je water, dan blijft de smaak heel puur en spelen de bladgroenten de hoofdrol. Met groentebouillon krijgt de soep een wat krachtigere basis.
Kort stoven en daarna zacht koken
De bladgroenten worden eerst kort in boter gestoofd. Laat ze daarbij niet bruin worden. Zodra de groenten beginnen te slinken, kan het warme water of de bouillon erbij. De aardappelen worden in blokjes toegevoegd en koken mee tot ze helemaal zacht zijn.
In het oude recept werd de gare soep door een zeef gewerkt. Tegenwoordig is een staafmixer veel gemakkelijker en bovendien gaat er zo minder van de groente verloren. Pureer de soep zo glad als je zelf lekker vindt. Wie graag nog wat structuur proeft, kan stoppen zodra er kleine stukjes groente zichtbaar blijven.
Van moestuin naar soeppan
Postelein, bietenblad en zuring zijn tegenwoordig niet in iedere supermarkt standaard verkrijgbaar. Dat hoeft geen spelbreker te zijn. Wanneer een van deze groenten ontbreekt, kun je wat extra spinazie, sla of waterkers gebruiken. Zo blijft het karakter van deze groene groentesoep behouden.
Roer de resterende boter pas aan het einde door de warme soep. Dat geeft een zachte, ronde smaak. De verse peterselie gaat er eveneens op het laatst bij, zodat het frisse aroma goed herkenbaar blijft. Serveer de soep bijvoorbeeld tijdens de lunch of als lichte eerste gang van een diner.